Hervormen, ja. Wurgen, nee.
Hervormen, ja. Wurgen, nee. Zorgverleners worden al jaren beperkt in hun vrijheid en inkomen. Meer eisen, minder middelen. Als dit zo doorgaat, betalen patiënten straks de prijs.
Er wordt veel gesproken over de maatregelen die artsen opgelegd krijgen: plafonnering van ereloonsupplementen, verplichte toepassing van het conventietarief voor rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming (VT), en nog strengere regels in de ambulante sector dan in het ziekenhuis.
Voor hen is het nieuw.
Voor ons – kinesitherapeuten, logopedisten, verpleegkundigen, vroedvrouwen – is dit al bijna altijd onze realiteit geweest.
Wij waren de eersten die met deze beperkingen moesten werken:
– Supplementen voor VT-patiënten zijn verboden.
– RIZIV-voordelen enkel voor wie volledig geconventioneerd is.
– Verlaagde terugbetaling met 25% voor patiënten van niet-geconventioneerde zorgverleners.
– Gedeeltelijke conventie is verboden: alles of niets.
– Tariefvrijheid wordt steeds verder beperkt of zelfs geneutraliseerd.
En dit alles in een systeem dat steeds meer vraagt zonder de middelen te voorzien om het werk correct uit te voeren.
Onze koopkracht daalt, ondanks de groeiende werkdruk.
De indexering volgt de inflatie niet meer. De kosten rijzen de pan uit: huur, materiaal, software, energie, verzekeringen...
Maar onze tarieven blijven bevroren, onze marges krimpen, en onze professionele vrijheid wordt steeds verder ingeperkt.
Er wordt beweerd dat men de toegankelijkheid van zorg wil beschermen, maar de maatregelen worden systematisch genomen ten koste van de zorgverleners, zonder eerst de structurele misbruiken elders aan te pakken.
Het resultaat? De meest toegewijde professionals worden beperkt... terwijl anderen ongemoeid blijven.
Al jaren werken wij in een systeem dat zwaarder, complexer en afstandelijker wordt:
– Digitalisering ontbreekt of werkt niet (geen elektronische akkoorden, e-facturatie amper mogelijk, post blijft de norm).
– Permanente administratie: voorschriften, meldingen, justificatierapporten, verouderde nomenclatuur...
– Praktijken moeten aan dure normen voldoen, zelfs als het werk hoofdzakelijk aan huis gebeurt.
In deze omstandigheden kunnen weinig zelfstandige kinesitherapeuten voltijds hun beroep uitoefenen binnen het conventiekader.
Velen combineren met een andere statuut of bouwen aanvullende activiteiten uit: groepslessen, pilates, osteopathie, welzijnsbegeleiding...
Dat is niet altijd een bewuste keuze voor diversificatie, maar vaak gewoon noodzakelijk om een leefbaar inkomen te behouden.
Deze verschuiving naar niet-terugbetaalde zorg toont aan: het systeem laat het niet meer toe om op een normale manier van kinesitherapie te leven.
En terwijl de voorwaarden verstrengen, verliest het beroep aan aantrekkelijkheid.
Hoe kunnen we jongeren overtuigen om te kiezen voor een beroep dat veeleisend, ondergewaardeerd, slecht vergoed en administratief verstikkend is?
Velen haken af binnen de eerste jaren. Anderen verlaten het vak of trekken naar het buitenland. Een stille uitstroom, maar wel degelijk aanwezig.
Dit is niet langer een sectorale crisis.
Dit is een crisis van samenhang. Een crisis van onze samenleving.
Er worden miljoenen verspild in andere sectoren zonder reactie.
Maar eerstelijnszorg verstikken? Dat lijkt plots geen probleem te zijn.
Wij zijn niet tegen hervormingen.
Maar we weigeren ze nog langer te ondergaan zonder dialoog, zonder visie en zonder respect voor de zorgverleners op het terrein.
Wij vragen een coherent, duurzaam en menswaardig gezondheidssysteem.
Een systeem waarin professionals kunnen leven van hun werk en zorg kunnen bieden in waardige omstandigheden.
We hebben geen tijd meer te verliezen.
Als er niets verandert, zullen niet alleen de huidige zorgverleners het systeem verlaten, maar ook de toekomstige generaties er niet meer instappen.
En uiteindelijk zijn het de patiënten die de prijs betalen:
langere wachttijden, hogere kosten, ongelijke toegang tot zorg...
Het gaat om de gezondheid van ons allemaal.